Het Markiesje, de Hollandse Smoushond

en de Zwarte Fruinen

 

Pikzwart zijn ze, men ziet ze vaak afgebeeld op schilderijen uit vroegere eeuwen en men noemt ze "Markiesjes". Pittige kleine hondjes, elegant en alert. Als gezelschapsdieren intelligent, met een zachtaardige oogopslag De glanzend zwarte vacht versterkt de indruk van sierlijkheid.
Strogeel zijn de Hollandse Smoushonden. Ruig behaard en heel erg vrij en vrolijk. Het zijn wildebrassen en ze hebben een levendig karakter. Vierkant gebouwd staan ze stevig op hun poten.
Hoe komt het dat deze rassen bijna zijn uitgestorven en waarom zijn er mensen die deze rassen weer terug aan het fokken zijn.
Dat zal deze legende u duidelijk maken en ook waarom wij de kennelnaam

"De Zwarte Fruinen"

hebben gekozen.

Wel, daar is een bijzondere geschiedenis aan verbonden, die nauw verwant is aan de Scandinavische mythologie. Zwarte Fruinen zouden moeraswezens zijn, geboren uit een relatie die de Zonnegodin der Liefde, Freya, had met de Duivel.

Dat kwam zo:

Op een kwade dag verliet de Oppergod Wodan zijn vrouw Freya. Volgens hem was ze ijdel, op zichzelf gericht en had zij onvoldoende liefde en aandacht voor hem.
Na enige tijd voelde Freya zich heel eenzaam. Zij verliet eveneens Asgard en het Walhalla en daalde vervolgens via de regenboogbrug Bifrost af naar de Aarde. De Regenboogbrug stond juist boven het moerasgebied, dat wij nu Weerribben en Wieden noemen. Onder aan de brug stond een beeldschone jongeling, met glanzend zwart haar, haar op te wachten. De helblonde Freya bezweek voor zijn charmes en had een kortstondig amoureus avontuur met hem. Totdat ze ontdekte dat haar minnaar twee hoorntjes tussen zijn donkere lokken had en bemerkte dat ze in verwachting was. Ze ontmaskerde haar minnaar weliswaar als de Duivel, maar beviel van een, pikzwart monsterlijk wezen, met blond haar tussen zwarte horens.
Freya schrok zo van het resultaat harer passie, dat zij in paniek trachtte het gedrochtje te verdrinken in een diepe kolk, ontstaan in de tijd dat er veel overstromingen in het gebied voorkwamen.
Het mormel verdronk echter niet, maar werd opgevangen door een familie otters.
Die noemden het wezen "Fruin", een klank die otters voor in de mond ligt.

 (Een Zwarte Fruin)

De geslachtloze Zwarte Fruin groeide voorspoedig op en na honderd jaar bleek dat het schepsel zich kon vermenigvuldigen door deling. Zoiets als het uittreden van een astraal lichaam, dat zich daarna weer materialiseerde. Dat gebeurde vervolgens elke honderd jaar, eeuwen lang. Dus leven er na zo’n 3000 jaar ontelbare Zwarte Fruinen in onze moerasgebieden.

Al spoedig bleek dat de Zwarte Fruinen beschikten over zowel de goede eigenschappen van de Liefdesgodin als de slechte van hun biologische vader. Ze konden heel gemeen en plagerig zijn, vernielden dan de netten van de vissers, korenschoven of stalen als de raven. Soms waren ze ook heel behulpzaam en hielpen ze arme en zieke mensen. Eigenlijk werden ze pas echt aardig na het volgende voorval:

  (Visser Alko aan het werk, gadegeslagen door een Zwarte Fruin)

Ergens in de buurt van de Schut- en Grafkampen leefde een eenvoudige, maar zeer wijze visser, samen met zijn twee hondjes, een pikzwarte en een strogele.
Al geruime tijd was hij het doelwit van de schelmenstreken der Zwarte Fruinen.
De visser, Alko genaamd, noemde zijn honden Markies en Smous. De eerste vanwege het adellijke pikzwarte voorkomen en de andere vanwege zijn ruige uiterlijk.

 (Het huisje van Alko de Visser.)

Op een donkere nacht sloegen de honden heftig aan. Alko’s vermoeden bleek juist: de Zwarte Fruinen waren weer eens bezig. En hoewel iedereen in de streek dacht dat de moeraswezens ongrijpbaar waren, gebeurde het toch dat ze gevangen werden.
In de dierenwereld kent ieder schepsel de heilzame, of schadelijke, werking van kruiden en planten. Zo ook onze Markies en Smous. Bovendien wisten zij dat Zwarte Fruinen een zwak hadden voor bepaalde hallucinerende kruidensoorten.
De hondjes hadden zich ditmaal goed voorbereid op de komst van hun aartsvijanden. In een donkere hoek van de schuur, waar de netten opgeslagen lagen, hadden zij een trog gevuld met een mengsel van Waterscheerling. Berenklauw, Monnikskap, Duivelskruid, Moeraswolfs-melk en Valeriaan.

Het Markiesje verstopte zich in de donkerste hoek van de schuur waar hij niet opviel door zijn pikzwarte kleur en de smous verstopte zich in het stro, waar hij met zijn kleur ook niet opviel.
De list lukte, de Fruinen roken het kruidenmengsel en vielen er op aan als wilden. Even later overviel hen een diepe roes. Alko, het Markiesje en de Smous wierpen netten over de plaaggeesten en hielden de wacht. In de vroege morgenstond ontwaakten de Fruinen, verstrikt in het vistuig.

Zoals beschreven staat, communiceren Zwarte Fruinen door middel van elektromagnetische golven. Sommigen noemen dat telepathie, maar het lijkt meer op wat mensen nu bedrijven met draadloze telefoons en satellietcommunicatie. Honden verstaan deze taal, net als sommige eveneens verstandige diersoorten. Het ontging de visser Alko, wat de hondjes allemaal aan de Fruinen overbrachten en ook wat er andersom overgebracht werd.
In het kort kwam het er op neer dat de Zwarte Fruinen woest waren op de beide honden en dat zij een vloek over deze honden uitspraken. Deze vloek was, dat hun ras zou uitsterven in de toekomst en dat er geen hond meer zou zijn die op één van deze twee hondjes zou lijken in de 20e eeuw.

De hondjes hielden een sessie, die wij later zouden leren kennen via hersenspoelende Goeroes in het geloofs- en bedrijfsleven, met de Zwarte Fruinen. Zij wezen de Zwarte Fruinen op hun tekortkomingen, hun afkomst, het goede van Freya (die overigens allang weer aan de zijde van Wodan leefde) en het verwerpelijke van de Duivel.
De hondjes wisten ook dat de Zwarte Fruinen te zijner tijd weer graag zouden willen gaan naar het Godenrijk, zoals beschreven in de Edda. Zij speelden daarop in door het opstellen van een gedragscode.
En, geloof het of niet: vanaf die dag veranderde zich de inborst van de Moeraswezens.

Natuurlijk halen ze nog wel eens een grap uit, of laten ze mensen schrikken als zij zich plotseling als een soort Zeggepol verheffen uit een waterplas. Maar echt kwaad, neen, dat doen ze niet meer. Dit dank zij het Markiesje en de Smous waarmee zij de beste vrienden werden.

Voordat ze echter werden vrijgelaten hebben ze de door hen uitgesproken vloek minder dramatisch gemaakt. Zoals u wellicht weet kan een eenmaal uitgesproken vloek nooit helemaal meer ongedaan worden gemaakt, maar wel worden aangepast. De aanpassing was: dat er in de 20e eeuw mensen zouden zijn die zich het lot van het Markiesje en de Smous aan zouden trekken en die het ras terug zouden proberen te fokken naar de oorspronkelijke raskenmerken.

In samenwerking en in goed overleg met de Markiesjes vereniging en de vereniging voor de Hollandse Smoushond proberen wij ons steentje daaraan bij te dragen.

.

Deze legende is een vrije weergave van het verhaal dat Frederik M. Wiedijk geschreven heeft voor de kennel van:

 

"De Zwarte Fruinen"

 

 

 

 

 

Van de pen van Frederik M. Wiedijk kwamen eveneens de volgende boeken voort. Aardig geillustreerd, ook verkrijgbaar bij de auteur.

 

"Blokzijl. een wandeling door de Eeuwen"

"De Boeiende Wereld van Weerribben en Wieden"

"Binnen en buiten de dijken van de Zuiderzee"

"De Kop van Overijssel, Land werd Water-land"

"Het jaar der Zwarte Fruinen"